Schaduw over texel/ Hoofdstuk 3

Nog geen spoor van Sara

  • ‘Lokale politie is met zeker vijftig vrijwilligers aan het
    zoeken. Nog geen spoor van Sara.’
    Dorien is naar buiten gelopen om zich op te laden
    voor het volgende gesprek. Op het moment dat ze
    een volle neus frisse lucht inademt piept haar telefoon
    en ziet ze het bericht van Arie in de appgroep. Met
    een zucht stopt ze haar mobiel terug in haar
    achterzak en laat ze haar ogen glijden over het
    weiland dat grenst aan de ruime keurig onderhouden
    tuin van het hotel. In deze omgeving zou je
    verwachten dat kinderen veilig zijn. Een natte broek
    bij het slootjespringen of een val bij het beklimmen
    van een boom. Aan andere gevaren zal de
    gemiddelde ouder in deze omgeving toch niet denken.
    Hoe anders is dat in de drukke stad waar Anton,
    Jasmin en zijzelf wonen. In elke centimeter van de
    stad lijkt gevaar te schuilen. Ze huivert bij de gedachte
    dat Jasmin ooit alleen op de fiets zal stappen om naar
    school te gaan. Ineens verlangt ze intens naar haar
    gezin. Terug op die veerboot en dit ellendige verhaal
    achter zich laten. Aan de wens van Anton voldoen en
    tijd vrijmaken om aan haar huwelijk te werken. Er zijn
    genoeg capabele collega’s te vinden om haar taak
    over te nemen. Zou dat niet veel verstandiger zijn? De
    geur van een sigaret onderbreekt haar gedachten.
    Monique is naast haar komen staan en heeft een
    sigaret aangestoken; ze laat de rook krachtig uit haar
    neus komen. Dan zegt ze: ‘Sommige mensen zou je
    toch moeten verbieden kinderen te nemen, vind je
    niet? Wat een eikel.’
    Dorien knikt. ‘Tja, laten we maar met de moeder in gesprek gaan, hopelijk zit daar wat
    meer verantwoordelijkheidsgevoel in.’
    Het meisje dat naar de verhoorkamer wordt gebracht,
    lijkt amper oud genoeg om op zichzelf te wonen, laat
    staan een moeder te zijn van een vierjarige dochter.
    De krulletjes in haar halflange blonde haar zijn
    overduidelijk het resultaat van een permanentje. Haar
    blauwe ogen zijn rood doorlopen en de spierwitte huid
    van haar gezicht wordt onderbroken door rode
    vlekken. Ze stelt zichzelf met een zachte stem voor
    als Anita. Dorien kijkt haar aan. ‘Ga zitten, jij bent de
    moeder van Sara?’ Bij de naam Sara beginnen de
    schouders van Anita heftig te schokken. Een kermend
    geluid lijkt achter uit haar keel te komen. Dorien loopt
    naar het koelkastje dat in de hoek van de kamer staat,
    terwijl ze met alle geweld de brok die aan het
    opwellen is in haar keel weg probeert te slikken. Het
    verdriet van het meisje is in de hele ruimte voelbaar.
    Ze pakt een flesje spa blauw. Met een volgeschonken
    glas loopt ze terug naar de tafel en ze zet het voor
    Anita neer. ‘Probeer maar even wat te drinken. Ik
    begrijp heel goed hoe zwaar dit voor je is. Maar elke
    aanwijzing die jij ons kunt geven kan ons helpen je
    dochtertje terug te vinden.’
    Ze spreekt de woorden vriendelijk uit en ze lijken
    effect te hebben op het meisje. Ze neemt een slokje
    van het water en kijkt Dorien aan terwijl ze met haar
    hoofd knikt. ‘Kun je ons vertellen wanneer je Sara
    voor het laatst hebt gezien?’
    Anita kijkt naar de tafel. Met de palm van haar hand
    wrijft ze over haar wangen om de tranen weg te
    vegen.
    20
    ‘Om tien uur in de avond voor haar verdwijning. Vlak
    voordat we weggingen.’
    ‘Waar gingen jullie naartoe?’
    ‘We zijn naar De Koog geweest, in de Strandjutter
    hebben we wat gedronken.’
    ‘Hoe laat was je terug op de camping?’
    Anita pakt haar mobiel uit haar tas en na een paar
    bewegingen met haar vingers kijkt ze op en ze zegt:
    ‘Kwart over twee, ik heb namelijk met mijn moeder
    geappt toen ik terug was in de tent.’
    ‘Dus om kwart over twee was je terug bij de tent, heb
    je toen nog bij Sara gekeken?’ Het meisje schudt haar
    hoofd.
    ‘Je weet dus niet of Sara toen nog in haar tent lag?’
    Weer schudt ze haar hoofd en ze kijkt aandachtig
    naar de nagels van haar vingers waar zo te zien flink
    op gebeten is.
    ‘En Frans, heeft hij nog even bij haar gekeken?’
    Anita trekt haar beide schouders op. ‘Dat weet ik niet,
    we zijn niet samen thuisgekomen. Onderweg naar
    huis op de fiets kregen we ruzie. Hij is toen hard
    weggefietst. Ik ben alleen teruggekomen.’
    ‘Lag Frans al in de tent te slapen toen je terugkwam?’
    ‘Nee, hij was er niet, ik ging ervan uit dat hij naar de
    wc was en ben gaan slapen. Toen ik de volgende
    morgen wakker werd lag hij gewoon naast me.’
    ‘Oké, Anita, ik ga dit nog even herhalen. Jij hebt Sara
    voor het laatst om ongeveer tien uur ‘s avonds gezien
    voordat jullie naar De Koog gingen. Om kwart over
    twee ben je alleen teruggekomen en ben je direct in je
    tent gaan liggen. Toen je daar aankwam was Frans er
    niet. Je bent gaan slapen en de volgende morgen lag Frans naast je in de tent te slapen.
    Klopt het zo?
    Het meisje knikt bevestigend terwijl ze met een
    gespannen blik van Monique naar Dorien kijkt.
    ‘Oké, vertel verder. Wat heb je gedaan toen je wakker
    werd?’
    ‘Ik werd wakker van een appje van mijn moeder. Ik
    zag dat het iets voor half negen was en bedacht gelijk
    dat het raar was dat Sara nog niet wakker was. Ze is
    meestal rond half acht wakker en komt dan bij me
    liggen. Ik ben gaan kijken of ze nog sliep maar de tent
    was leeg. Ik ben eerst rond gaan kijken bij de wc’s en
    heb op de camping rondgelopen. Toen ik haar
    nergens zag werd ik ongerust en heb ik Frans wakker
    gemaakt.’
    ‘Hoe reageerde hij?’
    De blik in de ogen van het meisje lijkt een seconde te
    veranderen van verdrietig naar boos. In het strakke
    witte huidje boven haar ogen verschijnt een frons.
    ‘Zoals altijd, hij maakt zich niet druk om haar en is
    eerst nog gaan douchen. Daarna heeft hij de politie
    gebeld.’
    ‘Anita, zijn jou nog dingen opgevallen die nacht,
    mensen op de camping die nog op waren? Of heb je
    nog met iemand gesproken?’
    ‘Nee, niks, ik heb niks bijzonders gezien.’
    Monique schuift naast Dorien even met haar stoel,
    voor Dorien een teken dat ze gaat deelnemen aan het
    gesprek. Deze aanname lijkt juist want ze hoort
    Monique zeggen: ‘Hebben jullie nog met iemand
    gesproken in de Strandjutter?’
    Weer verschijnt de frons boven haar ogen.
    ‘Alleen met die viezerik.’
    22
    ‘Welke viezerik?’ ‘Ik weet niet hoe hij heet, maar
    Frans kent hem wel. Ze praten wel eens met elkaar
    als we in De Koog zijn.’
    ‘Hoe ziet hij eruit?’
    ‘Groot, dik, kaal. Echt een viezerik.’
    ‘Waarom noem je hem een viezerik, had hij vieze
    kleren aan?’
    ‘Nee, hij kijkt vies naar me… alsof hij iets met me wil.
    Ik heb dit ook tegen Frans gezegd. Daarom hadden
    we ook ruzie terug op de fiets. Frans vond dat ik zat te
    zeiken, maar ik zie toch hoe hij naar me kijkt.’
    ‘Kun je me misschien nog iets meer vertellen over
    deze man? Maakt niet uit wat, alle informatie is
    welkom.’
    Het meisje denkt even aandachtig na en dan zegt ze:
    ‘Hij dronk een biertje van de bierbrouwerij hier op
    Texel, hij vertelde dat hij daar vroeger heeft gewerkt.’
    ‘Wat denk jij?’ Dorien kijkt aandachtig naar Monique.
    ‘Ik denk dat wij heel snel op zoek moeten naar een
    kale viezerik, die van lokale biertjes houdt.’
    ‘Wil jij Frans niet nog een keer aan de tand voelen?
    Volgens Anita kent hij hem.’ Monique schudt haar
    hoofd. ‘Volgens mij moeten we dat niet doen, laat hem
    maar even in het ongewisse; er zitten wat mij betreft
    te veel haken en ogen aan zijn verhaal. Laten we
    eerst zelf maar even uitzoeken met wie we hier te
    maken hebben.’
    Dorien staat op en zegt: ‘Mee eens, eerst maar naar
    de Strandjutter?’
    Monique knikt bevestigend. ‘Nemen we het busje?
    Dan laat ik de anderen via de app even weten dat we met het busje weg zijn om iets uit tezoeken.’
    ‘Is goed, dan bel ik Arie even. Ik wil dat hij een paar
    dingen voor me uitzoekt.’
    In het busje heeft Monique de plaats achter het stuur
    ingenomen. Als ze rijden pakt Dorien haar mobiel en
    belt ze met Arie. Na één keer overgaan hoort ze zijn
    stem. ‘Heb je nieuws?’
    ‘Hoi Arie. Nee, geen nieuws. Maar ik zou graag willen
    dat je wat voor me uitzoekt. Kun je bij de veerdiensten
    een lijst opvragen van alle automobilisten die de
    afgelopen maand het eiland op zijn gekomen en deze
    door onze database halen? Ik ben benieuwd of hier
    misschien bekenden van ons tussen zitten. Als er
    iemand in het verleden met justitie in aanraking is
    geweest en de afgelopen tijd hier op het eiland is
    geweest, wil ik graag alle gegevens en zou je even
    een background willen doen op de ouders van Sara?
    Het is niet helemaal een alledaags gezinnetje. Alle
    informatie is welkom.’ ‘Komt goed, Dorien… oh ja, de
    helikopter is geregeld, hoor, die kan vanmiddag
    ingezet worden.’
    ‘Mooi, Arie, bedankt… we spreken elkaar later.’

    Didi van der Plas is een schrijster uit Groningen.
    ze heeft verschillende boeken geschreven.
    Haar verschenen romans zijn:

  • Ik doe dit voor jou
    Mysterie van Ipswich
    Schaduw over Texel
    Als het leven
    De moordflat, schreef ze samen met haar broer; Dick van der Plas.
  • Iedere week mag ik van haar een hoofdstuk van haar boek: Schaduw over Texel in de krant plaatsen en op de site!
  • Veel lees plezier

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*